Rasspecifiek Fokreglement Dalmatische Hond
Certificering Rasverenigingen en Rashondenfokkers
onder auspiciën van de RAAD VAN BEHEER OP KYNOLOGISCH GEBIED IN NEDERLAND
1. ALGEMEEN
1.1.
Het Rasspecifiek Fokreglement voor het ras Dalmatische hond beoogt bij te dragen aan de behartiging van de
belangen van het ras Dalmatische hond zoals deze zijn verwoord in de statuten en het huishoudelijk reglement
van de rasvereniging voor de Dalmatische hond. Dit rasspecifiek fokreglement is goedgekeurd door de
algemene ledenvergadering van de Nederlandse Club voor Dalmatische Honden (hierna te noemen NCDH) op
2 februari 2008. Inhoudelijke aanpassingen van dit rasspecifiek fokreglement kunnen uitsluitend plaatsvinden
met instemming van de algemene ledenvergadering van de NCDH.
1.2.
Dit Rasspecifiek Fokreglement geldt voor alle gecertificeerde fokkers van de rasverenging voor de Dalmatische
hond en voor alle overige fokkers die lid zijn van deze rasvereniging.
1.3.
De definities en regelgeving zoals deze zijn vastgesteld in het Kynologisch Reglement van de Raad van Beheer
op Kynologisch Gebied in Nederland zijn ook van toepassing op dit Rasspecifiek Fokreglement.
1.4.
Voor de gecertificeerde rasverenigingen is hoofdstuk (hoofdstuknummer nog in te vullen) "Certificering
Rasverenigingen en Rashondenfokkers" van het Kynologisch Reglement van de Raad van Beheer op
Kynologisch Gebied van toepassing op dit Rasspecifiek Fokreglement.
2. FOKREGELS
2.1.
Verwantschap: beide ouderdieren mogen niet met elkaar in relatie staan als:
2.2.
ouder - kind
2.3.
broer - zus
2.4.
Herhaalcombinaties: de combinatie van dezelfde reu en teef (dezelfde oudercombinatie) mag maximaal twee
keer gedaan worden. Wanneer een van deze keren geen nest oplevert, mag de combinatie herhaald worden.
2.5.
Minimum leeftijd reu: de minimale leeftijd van de reu op de dag van de dekking moet tenminste 12 maanden
zijn.
2.6.
Aantal dekkingen: een reu mag maximaal 5 nesten per kalenderjaar voortbrengen. Aan het aantal nesten
gedurende zijn leven wordt geen maximum gesteld.
2.7.
Cryptorchide en monorchide: cryptorchide of monorchide reuen zijn uitgesloten van de fokkerij.
2.8.
Gebruik buitenlandse dekreuen: wanneer een Nederlandse fokker voor een dekking een dekreu gebruikt die in
het stamboek van een buitenlands door de FCI erkend stamboek is ingeschreven, dan moet deze dekreu
voldoen aan de eisen van dit fokreglement. De controle of de dekreu aan de eisen van dit fokreglement voldoet
is een verantwoordelijkheid van de fokker.
2.9.
Kunstmatige inseminatie (sperma van levende dekreuen): als een fokker voor een dekking het sperma gebruikt
van een in het N.H.S.B. ingeschreven nog in leven zijnde dekreu, dan gelden voor deze dekking de regels van
dit fokreglement alsof het een natuurlijke dekking van een in het N.H.S.B. ingeschreven dekreu betreft.
2.10.
Kunstmatige inseminatie (sperma van levende dekreuen): als een fokker voor een dekking het sperma gebruikt
van een in een door de FCI erkend buitenlands stamboek ingeschreven nog in leven zijnde dekreu, dan gelden
voor deze dekking de regels van dit fokreglement alsof het een natuurlijke dekking van een in een door de FCI
erkend buitenlands stamboek ingeschreven dekreu betreft.
2.11.
Kunstmatige inseminatie (sperma van overleden dekreuen): als een fokker voor een dekking het sperma
gebruikt van een overleden dekreu, dan gelden daarvoor de regels alsof het sperma betreft van een nog in
leven zijnde dekreu, hetzij dat deze is ingeschreven in de Nederlandse stamboekhouding, hetzij dat deze is
ingeschreven in een door de FCI erkend buitenlands stamboek. Deze regelgeving gaat in per 2 februari 2008.
Sperma van overleden reuen van voor 2 februari 2008 is vrijgesteld van deze regelgeving.
3. WELZIJNSREGELS
3.1.
Minimum leeftijd teef: de teef mag op het tijdstip van de dekking niet jonger zijn dan 20 maanden.
3.2.
Maximum leeftijd teef: de teef mag niet worden gedekt na de dag waarop zij 96 maanden oud wordt.
3.3.
Maximum leeftijd 1e dekking teef: de teef mag bij de dekking voor het eerste nest niet ouder zijn dan 60 maanden.
3.4.
Periodiciteit nesten: een teef mag in een periode van 24 maanden maximaal twee nesten hebben, waarbij de
periode tussen de dekking van het eerste nest en van het tweede nest minimaal 10 maanden moet zijn. De
periode van 24 maanden start op de datum waarop de dekking voor het eerste van de twee binnen deze
periode geboren nesten heeft plaatsgevonden.
3.5.
Aantal nesten: een teef mag gedurende haar leven in Nederland maximaal 4 nesten krijgen.
4. GEZONDHEIDSREGELS
4.1.
Gezondheidsonderzoek ouderdieren: gezondheidsonderzoeken van ouderdieren moeten plaatsvinden door
deskundigen aangewezen door de Raad van Beheer conform de door de Raad van Beheer voor deze
onderzoeken opstelde en/of goedgekeurde onderzoeksprotocollen.
4.2.
Herbeoordeling en/of heroverweging: als de eigenaar zich niet kan verenigen met de uitslag van een verricht
onderzoek, kan deze conform het door de Raad van Beheer vastgestelde algemeen onderzoeksreglement en
het betreffende onderzoeksprotocol om herbeoordeling en/of heroverweging van de uitslag vragen. Totdat de
uitslag van de herbeoordeling en/of heroverweging bekend is, blijft de oorspronkelijke uitslag van het
onderzoek waarvoor herbeoordeling en/of heroverweging is gevraagd geldend.
4.3.
Verplichte onderzoeken: op basis van onderzoek zijn de volgende gezondheidsproblemen binnen het ras
vastgesteld en moeten de ouderdieren worden onderzocht:
Heupdysplasie. De ouderdieren dienen voor de dekking op heupdysplasie (HD) geröntgend te zijn met
een officiële uitslag van de afdeling GGW van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland (voor
een buitenlandse hond geldt de uitslag van de officiële instantie van het desbetreffende land, mits erkend door
de kennelclub en/of rasvereniging van het desbetreffende land.). De uitslag dient HD A, HD B of in een
bijzonder geval HD C te zijn mits erkend door de kennelclub en/of rasvereniging van het desbetreffende land.
Reuen die de uitslag HD C hebben gekregen mogen alleen teven dekken met een HD A dan wel HD B uitslag.
Teven die de uitslag HD C hebben gekregen mogen alleen gedekt worden door reuen met een HD A dan wel
een HD B uitslag.
Cochleaire doofheid. De ouderdieren dienen voor de dekking op het gehoor getest te zijn met een
officiële uitslag van de afdeling GGW van de Raad van Beheer. De uitslag van beide dieren dient beiderzijds
horend te zijn. Voor fokdieren die geboren zijn buiten Nederland geldt de uitslag van de in het desbetreffende
land gehouden gehoortest, mits erkend door de kennelclub en/of rasvereniging van het desbetreffende land.
Binnen 3 weken na de dekking meldt de fokker de dekking bij de nestinventarisatie van de NCDH
Binnen 10 dagen na de geboorte meldt de fokker het nest bij de nestinventarisatie van de NCDH
In verband met genetisch onderzoek op basis van uiterlijke kenmerken wordt elk nest bezocht door
een door het bestuur aangewezen nestbezoeker en vervolgens geïnventariseerd conform de regelgeving
vastgelegd in het nestinventarisatie reglement. De fokker draagt een door het bestuur te bepalen en door de
ALV vastgesteld bedrag per pup bij aan de kosten voor deze inventarisatie.
4.4.
Epilepsie: ouderdieren die lijden aan epilepsie mogen niet (meer) voor de fokkerij worden ingezet.
5. GEDRAGSREGELS
5.1.
Karaktereisen: beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen zoals die in de rasstandaard zijn
beschreven, of wanneer de rasstandaard geen (actuele) beschrijving van het karakter bevat, zoals
redelijkerwijs van het betreffende ras mag worden verwacht. Met dieren die lijden aan agressiviteit, angst of
nervositeit mag niet worden gefokt.
6. EXTERIEURREGELS
6.1.
Kwalificatie: de beide ouderdieren moeten minimaal 1 keer hebben deelgenomen aan een door de Raad van
Beheer en/of FCI gereglementeerde expositie, een door de rasvereniging georganiseerde
kampioenschapsclubmatch of een fokgeschiktheidskeuring georganiseerd door de rasvereniging en daar
minimaal de kwalificatie 'zeer goed' hebben behaald.
7. REGELS AFGIFTE PUPS
7.1.
Ontwormen en enten: de fokker draagt zorg voor het deugdelijk ontwormen en inenten van de pups volgens
gangbare veterinaire inzichten en voor een volledig door de dierenarts ingevuld en ondertekend Europees
Dierenpaspoort.
7.2.
Aflevering pups: de pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan vanaf de leeftijd van zeven weken, mits op
doofheid getest en geïnventariseerd.
7.3.
Gezondheidsonderzoeken pups: de fokker zal conform het protocol van de Raad van Beheer de pups
onderwerpen aan het onderzoek naar doofheid en de toekomstige koper een kopie van de uitslag van dat
onderzoek meegeven. De Raad van Beheer en de rasvereniging ontvangen een afschrift van deze
onderzoeksuitslagen. Het is verplicht dove pups in te laten slapen.
8. SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN
8.1.
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de Raad van Beheer in overleg met het bestuur van
de rasvereniging.
8.2.
Tegen beslissingen van de rasvereniging en/of de Raad van Beheer, waarbij een belanghebbende rechtstreeks
in zijn belang wordt getroffen staat bezwaar en beroep open bij de Commissie Certificering respectievelijk de
Geschillencommissie voor de Kynologie, overeenkomstig het bepaalde in het reglement betreffende de
Geschillencommissie voor de Kynologie
8.3.
Als voorzien kan worden dat zich meer vergelijkbare gevallen zullen voordoen, draagt de Raad van Beheer, in
overleg met het bestuur van de rasvereniging, zorg voor aanvulling van dit Rasspecifiek Fokreglement.
8.4.
Zowel door de Raad van Beheer als door de rasvereniging kunnen ten aanzien van dit reglement wijzigingen
worden voorgesteld. De aanpassingen behoeven in alle gevallen goedkeuring van de Algemene
Ledenvergadering van de rasvereniging of van een in de statuten en huishoudelijk reglement van de
rasvereniging anders bepaald orgaan of anders bepaalde commissie en van de portefeuillehouder Certificering
van het bestuur van de Raad van Beheer.
8.5.
Dit reglement is niet van toepassing op de inschrijving van honden die geboren worden uit een teef gedekt op
of voor de dag waarop dit reglement in werking treedt.
8.6.
Gezondheidsuitslagen, exterieur-, gedrags- en/of werkkwalificaties die zijn afgegeven en/of voor de
inwerkingtreding van dit reglement hebben plaatsgevonden, worden geacht onder de werking van dit
reglement te zijn inbegrepen.
9. INWERKINGTREDING
9.1.
Dit Rasspecifiek Fokreglement treedt in werking op het tijdstip zoals dit is bepaald in het convenant
Certificering dat de rasverenging met de Raad van Beheer sluit en waar dit rasspecifiek fokreglement onderdeel van uitmaakt.
AANVULLING KYNOLOGISCH REGLEMENT
Naar aanleiding van de besluiten in de Algemene Vergaderingen van de raad van beheer zijn er wijzigingen doorgevoerd in het Kynologisch Reglement.
Het nieuwe Kynologisch Reglement treedt in werking per 1 juli 2010.
Met name voor fokkers is de paragraaf over de inteeltbeperking van belang. De controle daarop vindt plaats bij de dekaangiftes vanaf 1 juli 2010!
Voor honden die geboren worden uit de vermelde combinaties worden geen stambomen afgegeven.
Het betreft het artikel VIII.3 KR (nieuw)
De volgende combinaties van fokreu en fokteef zijn niet toegestaan:
a. Ouder / kind combinatie (combinatie P generatie / F1 generatie)
b. Broer / zus combinatie (combinatie F generatie)
c. Grootouder/kleinkind combinatie (combinatie P generatie / F2 generatie)
Nieuw Kynologisch Reglement
Het Kynologisch Reglement per 1 juli 2010 kunt u gratis downloaden van de website www.raadvanbeheer.nl